De meeste rozen snoei je tussen begin en eind maart. Wat vroeger na een zachte winter, wat later als het lang koud bleef. Er zijn een paar uitzonderingen, namelijk de oude heesterrozen die eenmalig bloeien op het oude hout (Alba-, Gallica-, Damascener-, Centifolia- en mosrozen) en de rambler- of liaanrozen. Deze groepen snoei je in de zomer, direct na de bloei. Maar voor de andere rozen is maart de beste tijd.

Perkrozen
Doorbloeiende rozen zoals grootbloemige rozen, theehybriden en trosrozen (polyantha, floribunda), die je niet alleen in perken maar ook in de border kunt gebruiken.

Engelse rozen (David Austinrozen)
Doorbloeiende rozen met sterk gevulde bloemen, vaak aan doorbuigende stengels. Snoeien kan als bij perkrozen, maar hogere vormen kun je ook wat langer laten: als je ze slechts met een derde tot de helft inkort, vormen ze een verhout gestel en wordt de struik hoger, zodat de zware bloemen minder snel de grond raken.

Doorbloeiende heesterrozen
Een groep die zowel lage als hoge struiken omvat en vaak even breed als hoog wordt. Snoei de lage heesterrozen net als perkrozen. Snoei de hogere vormen, waaronder muskusrozen (moschatahybriden) en parkrozen, minder diep. Verwijder dood hout, dun de struik eventueel uit tot op 4 à 7 krachtige (liefst jonge) takken. Snoei bij de overgebleven oudere takken de bloemtrossen van vorig jaar weg en kort deze takken met eenderde in.

Bodembedekkende rozen
Sterke rozen met een spreidende groeiwijze. Snoei ze om de drie jaar terug, dat kan gewoon met de heggenschaar.

Botanische rozen
Veel ‘wilde’ rozen en afstammelingen hiervan, zoals ’Canary Bird’ en ’Geranium’, verdragen snoei minder goed, al kunnen de Rugosarozen wat meer hebben. Verwijder wel dood en beschadigd hout en dun de struik wat uit als hij te dicht wordt. Bij oude struiken kun je een oude, sterk verhoute tak laag bij de grond wegsnoeien om de struik te verjongen, dat stimuleert de vorming van nieuwe basisscheuten.

Lees meer  Zomersnoei bij druif: dun de bladscheuten uit

Stamrozen
Dit zijn struik- en perkrozen die bovenop een stammetje zijn geënt. De kroon wordt dus op dezelfde manier gesnoeid: op 4 à 5 ogen, dus 10 tot 15 centimeter boven de entplaats. Bij treurrozen op stam die goed zijn uitgegroeid, snoei je de takken om en om terug op 3 à 5 ogen. De overgebleven takken halveer je in lengte.

Klimrozen, leirozen en ramblerrozen
Snoei klim- en leirozen in het voorjaar, maar ramblerrozen direct na de bloei.