Met een Oost-Indische kers (Tropaeolum majus) in de tuin krijg je veel voor weinig!

Oost-Indische kers is een plant waar je veel kanten mee op kunt. Met zijn felle kleuren is het een echte blikvanger, zijn pittig smakende blad kun je in de sla of soep gebruiken en datzelfde blad helpt ook nog eens tegen allerlei infecties!

Naast rankende vormen, zijn er ook compacte groeiers die mooi laag blijven en dus prima geschikt zijn voor pot en bak. Wil je graag iets speciaals? Kies dan eens voor opvallende cultivars:
’Empress of India’ met fluwelig rode bloemen.
’Alaska’ met wit-groen blad en bloemen in geel, oranje en rood.
’Strawberries and Cream’ met bloemen in zacht abrikoos met rode vlekjes.
’Black Velvet’ met een dieprode, bijna zwarte kleur.

Oost-Indische kers

Oost-Indische kers zaaien
Vanaf eind maart kun de plant in een pot voorkweken. Wil je liever niet voorkweken dan moet je tot eind april wachten en het zaad rechtstreeks in goed losgemaakte tuingrond zaaien. Oost-Indische kers is een makkelijke plant die snel groeit, maar zorg er wel voor dat de grond niet te nat is en dat de plant voldoende zon krijgt. Zaai ongeveer 2 cm diep en ver uit elkaar (30-40 cm) want iedere plant wordt best breed.

Oost-Indische kers: luizenlokker
Slakken hebben iets tegen Oost-Indische kers, maar bladluizen zijn er dol op. De plant wordt vanwege deze aantrekkingskracht vaak in de biologische landbouw gebruikt om luizen bij andere planten weg te lokken.

Oost-Indische kers in de keuken

Smaakmaker in de keuken
Bijna alle delen van de plant zijn eetbaar en daardoor is Oost-Indische kers een geliefd ingrediënt in veel recepten. De bloemen hebben een radijs- of rammenasachtige smaak en kunnen daarom ook prima fijngehakt door kwark of dipsausjes gemengd worden. Probeer bijvoorbeeld gevulde Oost-Indische kers.

Lees meer  Bijtijds aanbinden voorkomt omwaaien bij onweer

Oost of west?
Oost-Indische kers (Tropaeolum majus) heette ooit Nasturtium indicum, wat indiaanse kers betekent. Deze naam past beter omdat de plant oorspronkelijk uit Peru komt. Waarom de plant bij ons dan Oost-Indische kers werd genoemd, is niet duidelijk: misschien omdat de Hollanders er destijds vanuit gingen dat alles wat er ook maar enigszins tropisch uitzag wel uit Indië moest komen.

Wil je graag Tropaeolum zaaien, kijk dan eens op de websites van zaadhandelaren. Daar vind je niet alleen verschillende cultivars, maar vaak ook de bijzondere kanariekers Tropaeolum peregrinum.